Recreatiedomeinen zijn ontstaan vanuit de natuur

De natuur fungeert als een spil binnen tal van beleidsdomeinen. Ik pleit voor een link tussen natuur en cultuur. Ik pleit voor een link tussen natuur en economie. Maar ook tussen natuur en recreatie is er een ontegensprekelijke link. Neem bijvoorbeeld het Zilvermeer.

Het Zilvermeer en haar geschiedenis is onlosmakelijk verbonden met de zandontginning in de Kempen. Het Zilvermeer is letterlijk op zand gebouwd. Zonder zand zou er nooit sprake zijn geweest van ontginning en dus ook niet van een Zilvermeer.

Het Zilvermeer is ontstaan vanuit de natuur. Toen er vanaf de Eerste Wereldoorlog een einde kwam aan de zandontginning ter hoogte van het Zilvermeer vulden de verlaten zandputten zich met water. In de jaren 1930 ontstond er hier een spontaan en geïmproviseerd strandtoerisme. De bevolking kreeg steeds meer vrije tijd en de zandboeren ruimden plaats voor de zonnekloppers aan het azuurblauwe water en het witte strand van het Zilvermeer. Midden jaren dertig groeide dit uit tot verblijfsrecreatie. Mensen deden dit niet enkel omdat het goedkoop was, maar ook de vrijheid, het romantisch ideaal en het verblijven in de “woeste” natuur spraken veel kampeerders aan.

Begin jaren vijftig gingen er in het provinciebestuur van Antwerpen steeds meer stemmen op om een nieuwe grootschalig recreatiedomein op te richten in de provincie. Vakantie voor iedereen, daar was het hen om te doen. Rond de vroegere zandputten moest sociaal toerisme worden gerealiseerd, gezonde vrijetijdsbesteding voor gezinnen die niet de middelen hadden om naar zee te gaan. Of om het met de legendarische woorden van de toenmalige socialistische gouverneur te zeggen: Als je vanuit de Kempen niet naar de zee kon geraken, moest de zee maar naar de Kempen komen.

Onze recreatiedomeinen zijn vaak ontstaan vanuit de natuur en de economische activiteiten die in deze natuur plaatsvonden. Natuur, cultuur, economie, landschap, geschiedenis, recreatie, … alles is met elkaar verbonden.