Biodoversiteit in waterbeleid
Ik heb de krachtlijnen van het waterbeleid van mijn voorganger resoluut verdergezet onder het motto ‘droge voeten waar het moet, natte voeten waar het kan’. Het ‘Ruimte voor water’-principe kreeg de laatste jaren een heel concrete invulling. Nooit werden er door de provincie – nota bene de grootste waterloopbeheerder in de provincie - meer projecten gerealiseerd dan de voorbije jaren.
Het is dan ook niet toevallig dat de hinder en schade in de voorbije watersnoodperiodes, zoals november 2010, in onze provincie eerder beperkt waren. Inspanningen die ook in 2011 en 2012 worden verder gezet, met de ingebruikname van diverse overstromingsgebieden, zoals de overstromingsgebieden aan de Molenbeek (Rumst), Lachenebeek (Lier), Lisperloop (Lier) en Babbelkroonbeek (Kontich).
Ook de aanpak van de versnippering van bevoegdheden binnen het waterbeheer ligt me nauw aan het hart. Met 100 beheerders spant de provincie Antwerpen immers de kroon. Het spreekt voor zich dat een dergelijk aantal van het goede teveel is. Een sterke reductie van het aantal beheerders moet niet alleen een meer samenhangend beheer mogelijk maken, maar ook het efficiënter aanwenden van mensen en middelen mogelijk maken. Ik pleit dan ook voor een sterkere rol voor de provincies in het waterbeleid via de overname van de onbevaarbare waterlopen die momenteel nog door de gemeenten en de Vlaamse overheid worden beheerd.
Binnen het provinciale waterbeleid gaat er heel wat aandacht – en ook middelen – naar biodiversiteit. Onze waterlopen vormen immers vaak natuurverbindingen en via diverse ecologische herstelprojecten draagt de provincie z’n steentje bij in het versterken van de watergebonden biodiversiteit. Om hierin ook de gemeentes te stimuleren werd een extra subsidiëring in het leven geroepen waarop zij beroep kunnen doen voor projecten die een duurzame bijdrage kunnen leveren aan de biodiversiteit in beken en waterlopen. De provincie Antwerpen is immers rijk aan ecologisch waardevolle beekvalleien met vaak zeldzame vispopulaties, waarvan er heel wat onder beheer van de provincie vallen. Er werd dan ook door de provincie de voorbije jaren heel wat geïnvesteerd in de aanpak van vismigratieknelpunten om ervoor te zorgen dat onze vissen vrij kunnen migreren. Maar ik wil verder gaan dan louter structurele ingrepen en de provincie Antwerpen verder het label ‘Gastvrije Visprovincie’ aanmeten. Onze provincie bevat immers heel wat soorten die het waard zijn om in de kijker gezet te worden.



